Archeologie: méér dan stof!

Unieke kans

De heraanleg van de Markt en omgeving biedt een unieke kans om ook archeologische opgravingen in het historische hart van de stad uit te voeren.

Hierbij kan als het ware een dwarsdoorsnede doorheen de geschiedenis van Oudenaarde gegraven worden. Men verwacht op basis van de bureaustudie verschillende aspecten van onze (oudste) stadsgeschiedenis te kunnen onderzoeken.

Bijvoorbeeld:

  • de oudste bewoningskern
  • de eerste stadsgracht en -omwalling met mogelijks ook een stadspoort of -toren ter hoogte van de Einestraat
  • info omtrent uitbreiding en aanleg van de Markt
  • aspecten van de stadsontwikkeling in de late en post-middeleeuwen
  • bebouwing uit meerdere fasen van de stadsgeschiedenis
  • Restanten van het oorspronkelijke Vleeshuis, de Korenhal, …

Het gebeurt misschien eens in de dertig jaar dat middenin het historische stadscentrum opgravingen kunnen worden uitgevoerd!
Het valt dan ook te verwachten dat dit archeologisch onderzoek voor diverse thema’s van onze Oudenaardse geschiedenis vernieuwende informatie zal opleveren.

De resultaten kunnen zo de historische bronnen en hypothesen omtrent de stadsgeschiedenis aanvullen of vernieuwen. Dit geldt in het bijzonder voor de oudste stadsgeschiedenis, waarvoor de bronnen schaars zijn en er nog vele lacunes bestaan in onze kennis.

Duimen maar dat de onderzoeksresultaten de kennis over de geschiedenis van onze stad zullen versterken!
 

Solva

De opgravingen in Oudenaarde en het bijhorende onderzoek, gebeuren door SOLVA.
SOLVA is het intergemeentelijk samenwerkingsverband voor streekontwikkeling. Sinds 2008 doet SOLVA ook het archeologisch onderzoek in kader van bouw- en ontwikkelingsprojecten voor 22 steden en gemeenten in het zuiden van Oost-Vlaanderen. SOLVA brengt zo het rijke verleden van de regio in kaart en vertaalt het naar vandaag.

 

 

Voorlopig overzicht van de resultaten van de opgravingen bij fase 0 en fase 1

De opgravingen die vooraf zijn gegaan aan fase 0 en fase 1 van de werken leverden een hele reeks nieuwe inzichten en gegevens op over de stadsontwikkeling van Oudenaarde en het leven in de middeleeuwse stad.

De oudste vondsten zijn meer dan 15.000 jaar oud en dateren van op het einde van de laatste ijstijd! Deze vondsten tonen dat er in die periode jager-verzamelaars op deze plaats hebben halt gehouden om werktuigen te maken uit vuursteen. Het afval van deze activiteit is tussen de middeleeuwse sporen teruggevonden.

De oudste bewoningssporen dateren uit de volle middeleeuwen (10de-12de eeuw). Uit deze periode stammen verschillende regelmatig ingeplande, rechthoekige kuilen. Deze zandwinningskuilen zijn door de middeleeuwse mens telkens tot een specifieke diepte uitgegraven. Daaruit blijkt dat men geïnteresseerd was in een zeer specifiek type zand dat diende voor artisanale doeleinden.

Rond de Sint-Walburgakerk troffen de archeologen in de sleuf verschillende skeletten aan uit de volle middeleeuwen. Door de positie van de skeletten kan men afleiden dat het oorspronkelijke domein  van de Sint Walburgakerk een stuk meer naar het zuiden moet hebben doorgelopen.

In de loop van de 12de eeuw vindt er een ingrijpende stadsplanning plaats: het terrein wordt een deel afgegraven, het kerkareaal verkleint aanzienlijk en er worden wegen met een kasseidek aangelegd. Eén van deze straten ligt exact in het verlengde van de Meerspoortsteeg. Daardoor kan aangenomen worden dat de huidige straat zeker tot deze middeleeuwse situatie teruggaat.

Langs de middeleeuwse straten zijn in de decennia nadien huizen gebouwd en tuinen aangelegd. In deze tuinen zijn gedurende de 13de eeuw grote, zeer diepe kuilen gegraven. Ook hier vermoeden de archeologen dat het om zandwinningskuilen gaat. Deze kuilen zijn naderhand als afvaldump gebruikt. Deze sporen leveren dan ook tal van vondsten op (aardewerk, bot, leer, etc.) die ons na studie heel wat meer zullen vertellen over het leven in de middeleeuwse stad.

Op het einde van de 13de- begin van de 14de eeuw vindt er opnieuw een drastische stadsvernieuwing plaats waarbij de huidige Markt zijn open pleinkarakter krijgt. Deze open ruimte krijgt naderhand eveneens een verharding met kasseien, en kent sindsdien geen bebouwing meer.

Een deel van de huizenblokken langs de Sint-Walburgakerk blijven van de late middeleeuwen tot in de 20ste eeuw in gebruik. De opeenstapeling van talrijke vloeren op elkaar illustreert dit langdurige gebruik van deze locatie.

Skelet in een ton

Een in het oog springend resultaat is de vondst van vuurstenen werktuigen. Deze zijn afkomstig van jager-verzamelaars die tussen 13.000 en 12.000 jaar geleden hun tijdelijk kampement langs de Schelde hebben opgericht en er o.m. pijlpunten maakten. Het vinden van prehistorische resten in het stadscentrum is bijzonder, aangezien de recentere middeleeuwse sporen dikwijls de oudere sporen weggewist hebben. De werktuigen worden door steentijdspecialisten verder onderzocht, maar vast staat dat ze een schat aan informatie opleveren over hoe de prehistorische mensen leefden.

Het team vond ook middeleeuwse sporen uit de 10de- 12de eeuw. Dit zijn zowel kuilen voor zandwinning als verschillende skeletten. Eén van de overledenen bleek op een mysterieuze manier aan zijn einde te zijn gekomen: de man was gedumpt in een ton op de plaats waar twee middeleeuwse wegen elkaar kruisen. Het lichaam is in de ton gestopt waarin het ontbond, waarna de ton is ingegraven in de grond en de botten door elkaar zijn gerakeld. Voor zover bekend is dit de eerste keer dat een dergelijke vondst gebeurt in Vlaanderen. Naar het waarom van deze begraving is het voorlopig nog gissen. Wat we ondertussen wel weten is dat de man geleefd heeft in de 10de eeuw, wat hem meteen de oudste Oudenaardist maakt die tot nu toe is opgegraven. Daarnaast vonden de archeologen muren en vloeren, afkomstig van woningen die in de 15de eeuw gebouwd zijn en bewoond waren tot in de 17de eeuw.

In de volgende fase gaan de werken zich toespitsen op de zuidelijke zone van de Markt. Uit de historische bronnen en het vooronderzoek is geweten dat in deze zone restanten van het vleeshuis te vinden zijn. In deze middeleeuwse hal werd destijds het vlees verhandeld. Het archeologisch onderzoek zal zich in deze zone richten op de evolutie tussen de middeleeuwse en laatmiddeleeuwse stadsontwikkeling, en de evolutie van de centrale gebouwen.

Bij het onderzoek van de kelders rond het Oude Vleeshuis op de Markt, kwam een laatmiddeleeuwse haardplaats aan het licht. Uniek zijn de schouwornamenten waarmee deze haard is versierd. Ze stellen een man en een vrouw voor die beide een kroon dragen. Bewaring van deze vondsten ter plaatse is erg moeilijk, daarom werd de schouw ontmanteld en zijn de beelden overgebracht naar een conservator. Nadien krijgt dit stenen koppeltje  zeker een plaatsje in de collectie van het MOU!

 

FAQ – Veelgestelde vragen