Abdij Maagdendaele

De Cisterciënzerabdij Maagdendale werd vanaf 1234 opgetrokken in Pamele, op een steenworp van de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk en het Zwartzusterklooster. Het was een van de belangrijkste vrouwenabdijen in Vlaanderen. De gronden waren een geschenk van Arnulf IV, baron van Pamele. Van het immens grote complex blijft nog een 13de-eeuwse basilicale abdijkerk, een 17de-eeuws abdissenhuis (1663-1664) met een L-vormige vleugel en een poorthuis (1621) over. De abdij kreeg het zwaar te verduren tijdens de bombardementen van de Fransen in 1684 en tijdens de Franse Revolutie.
 

Abdijkerk

De 13de-eeuwse kerk werd gebouwd volgens het concept van de cisterciënzerorde met invloeden van de Scheldegotiek. Het had oorspronkelijk een driebeukig schip maar de zijbeuken werden in 1745 gesloopt. Het interieur heeft mooie net- en stergewelven.

Abdissenhuis

Dit is het enig resterend kloostergebouw in traditionele bak- en zandsteenstijl. De toegang in de oostelijke vleugel is verfraaid met een rijk gesculpteerd half-reliëf van het H. Bernardus die de scapulier ontvangt van O.L.Vrouw.
Het interieur bevat een mooie pandgang en een 17de-eeuwse monumentale eiken trap.

De gebouwen kregen een passende herbestemming als Stadsarchief en Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst.