Tekenkunst

8 UUR/WEEK

De tekenkunst is een oeroude kunst en heeft in de (kunst)geschiedenis vele manifestaties en functies gehad: beeldende kennisvorm in het onderzoek naar de natuurlijke wereld en de mens (bv. Renaissance, Verlichting), ontwerp in architectuur en andere constructies en producten, en natuurlijk de heel verschillende benaderingen van tekenen door moderne en hedendaagse kunstenaars. Deze benaderingen worden in de twintigste eeuw alleen maar diverser en rijker, en ze brengen een avontuur in mogelijke materialen en technieken met zich mee. Tekenen roept dus meteen de vraag op naar wat tekenen voor ieder van ons vandaag kan zijn.

Het atelier Tekenkunst geeft de ruimte om die vraag te verkennen. Elke student ontwikkelt haar of zijn eigen parcours, dat individueel begeleid wordt. De studenten werken rond eigen thema’s, beeldcontexten, vragen, fascinaties… Ook de waarneming van de menselijke figuur (modeltekenen) kan een interessante aanleiding zijn. Vormstudie is een belangrijk onderdeel, dat we vooral in het eerste jaar gestructureerd onderzoeken. Dat is echter niet de einddoelstelling. We leren kijken, interpreteren, bevragen: het spanningsveld tussen wat men ziet en de eigen verlangens en gedachten is hierbij een heel belangrijk aspect.

Het team Tekenkunst benadert tekenen op een uitgesproken veelvoudige manier. Verschillende – en soms onbeproefde - manieren van maken en denken over tekenen stofferen de lessen. 

Interessant hierbij is dat deze perspectieven niet los van elkaar staan, maar dat je ze kan benaderen via elkaar. Zo kan bijvoorbeeld het experimenteren met materiaal de verbeelding doen opvlammen. Wie zich concentreert op de schriftuur, de verschuivende betekenissen van verschillende manieren van lijnvoering, is ook al een compositie en een ruimte aan het construeren. De waarneming naar levend model kan vragen oproepen over lichamelijkheid en de verbeelding van het lichaam in onze cultuur. En waarnemen is altijd al verbeelden – geen twee blikken zijn dezelfde -, en het is onze verbeelding die onze ervaring van werkelijkheid produceert. 

Verschillende startpunten zorgen voor een frisse input: tekenen vanuit een herinnering, tekenen naar levend model,  objecten of beweging vastleggen,  vormen van narrativiteit, collage en knipsels integreren, portretvormen bekijken, improvisaties, abstracties verkennen, een innerlijk beeld articuleren, de schriftuur analyseren, verschillende schrifturen uitproberen en van daaruit de kunstgeschiedenis verkennen, kleurimpressies ontdekken,  ruimtelijke ervaringen opdoen door op locatie te gaan tekenen, actuele tekenkunst bekijken, naar de bibliotheek trekken, enzovoort. 

Ook ensceneren we figuren of objecten in een conflicterende context. Met decorstukken of een bepaalde aankleding kunnen we een stilleven of een personage in een ander licht stellen. Vanuit een specifieke vraagstelling van de leerling kunnen bovendien bepaalde benaderingen aangereikt worden. 

We experimenteren met diverse dragers, klassieke en ongebruikelijke tekenmaterialen, papierformaten, lichtbronnen, en digitale media. We verkennen scherpe en modulerende tekenmaterialen: potlood, pen en stiften kunnen de fijne motoriek versterken. Met grafietpasta, houtskool, waterverf en drukinkt  kunnen impressies gemaakt worden. We ervaren hoe het materiaal met onze eerste bedoelingen op de loop kan gaan, en hoe betekenissen ontstaan vanuit het verschijnen van de materialiteit van ons werk.

Ook ons lichaam is ons tekeninstrument. Iedereen zet als vanzelf een andere druk op het papier, maakt andere bewegingen, laat zich anders ritmeren. Wie gehurkt naar boven kijkt dicht bij een object laat het lichaam anders reageren dan wie recht staat en van ver kijkt. Dat tekenmateriaal kan bijvoorbeeld verlengd worden met  een stok: dat produceert afstand en lichamelijke desoriëntatie. En wie zegt dat je op elk moment van het tekenen je ogen nodig hebt?

Een les duurt geen dag en nacht. Tijd is dus als vanzelf een factor. We spelen hiermee door binnen een les ook korte tekensessies te organiseren, waarbij het kan gaan om een onproductieve controle los te laten en zorgelozer te tekenen, of net om een ander ritme en een andere concentratie uit te proberen. Net zo goed kan er wekenlang aan een werk, reeks, of verzameling gewerkt worden, waarbij het kan gaan om verdieping, studie, discussie, en bewerking.

Verschuiven, weglaten, overdrijven, verplaatsen, deformeren, transformeren,  projecteren, recycleren, verknippen en monteren zijn enkele tekenkundige strategieën. Ze breken letterlijk en figuurlijk het beeld open, en brengen de associaties op gang.

Vanuit een vertrouwdheid met de moderne en hedendaagse kunst zijn vele kruisbestuivingen mogelijk. Om te beginnen liggen tekenkunst en schilderkunst nooit ver van elkaar: met bv. potlood kan je gelaagd werken, en met verf kan je een vette lijn zetten. In veel 20ste eeuwse werken zie je dan ook zowel tekenkundige als schilderkundige, en vooral dubbelzinnige elementen. 

In het atelier kan vanzelfsprekend gewerkt worden in relatie tot literatuur, fotografie, film, installatie, digitale media, boeken, enzovoort, maar ook aan de hand van eigen objecten, archieven, een verzameling, of andere bezigheden die misschien op het eerste zicht weinig met tekenkunst te maken hebben, maar die het werk in het tekenatelier een zeer eigen, avontuurlijke weg kunnen doen inslaan. Al een hele poos in de kunstgeschiedenis weten we immers niet meer bij voorbaat hoe een kunstwerk eruit kan zien: de singulariteit van kunstenaars verrast ons telkens weer. 

We zien het tekenatelier als een plek waar eenieders eigen ritme en verlangens, het proces en het experiment, genereuze uitwisseling, gesprek en reflectie centraal staan.

Griet Musschoot, Lieselot De Sadeleer, Jan Op de Beeck & Hilde Van Der Beken

 

ATELIER

DI      09.00 - 12.30

         13.00 - 16.30

Wo    18.00 - 21.30

Za     09.00 - 12.30